De Franse taal? Die spreek ik als de beste.

“Volgens mij zijn we verdwaald, Joris,” zei Mamma vanaf de voorbank. “Ik dacht dat je de weg naar het restaurant zo goed kende?”

“Hou je mond,” snauwde Vader. “Ik moet me gewoon even concentreren.”

Mamma zuchtte diep en draaide zich om naar mij en mijn broertje op de achterbank.
Wij waren op vakantie in Frankrijk. In Dijon om precies te zijn, de stad waar ik op school later over zou leren dat er geen plaats in de wereld is waar de mosterd zo lekker smaakt.

Maar die avond ging het niet om de mosterd, maar om een lekker biefstukje, want Vader had ons beloofd dat wij ter ere van de vakantie in Frankrijk uit eten zouden gaan. Maar Vader kon het restaurant niet vinden en we waren al een uur onderweg.

Mijn broer was al acht. Ik was pas vijf maar we hadden honger als een paard en waren al begonnen om ons ongenoegen kenbaar te maken.

Het gebeurde niet vaak dat wij naar het restaurant gingen, want Vader was krenterig en krenterige mensen geven nou eenmaal niet zo graag hun geld uit, maar nu, op vakantie in Frankrijk moest het er toch van komen.

Grillroom Guillaume was volgens Vader een hele goede tent, waar hij zelf op een van zijn zakenreizen regelmatig een hapje had gegeten. Een soort McDonald’s, had Vader gezegd, want dat scheelt in de portemonnaie, maar mijn broer en ik vonden alles goed en waren vol goede moed in ons volkswagentje gestapt.

Maar in plaats van in Grillroom Guillaume stonden we met nu rammelende buikjes op een modderig landweggetje omringd door zacht glooiende heuvels en herkauwende koeien die ons geïnteresseerde blikken toewierpen. Het huilen stond ons nader dan het lachen, want het leek er niet op dat we die avond nog te eten zouden krijgen.

“Een boer,” schreeuwde Vader opeens enthousiast uit. “Daar loopt een boer.”

“Spreek jij dan Frans, Joris?” vroeg Moeder ongelovig.

Nadat Vader haar een nijdige blik had toegeworpen draaide hij het raampje van de auto open en riep hij luidkeels naar de voorovergebogen landeigenaar die met zijn hooivork over de weg sjokte.

“Mesjeu,” schreeuwde mijn Vader. “Mesjeu! Savee-voe le grill room?” De man leunde vermoeid op zijn hooivork en keek mijn vader met glazige ogen aan en zei langzaam: “Je m’excuse. Je ne comprends pas vraiment ce que vous voulez dire monsieur.”

Vader trok zijn wenkbrauwen omhoog en keek Moeder zenuwachtig aan. “Wat zegt ie nou?”

Moeder haalde haar schouders op. “Jij spreekt Frans. Ik niet.”

Mijn Vader stak zijn hoofd weer uit het raam en sprak langzaam articulerend: “L-Le Ggggrillroom sievoeplé.”

De boer draaide wat met zijn ogen en streek met zijn hand over zijn ongeschoren gezicht en haalde toen zijn schouders op. “Je ne sais pas ce que vous voulez dire.”

“Hij begrijpt je niet, Joris,” zei Moeder. “Je had misschien beter moeten opletten op school.”

Vader zei iets wat ik hem nog nooit eerder had horen zeggen, maar draaide zich weer naar de boer en opende zijn mond en wees met zijn vinger naar binnen terwijl hij met zijn andere hand over zijn buik wreef.

De ogen van de boer lichtten op. “Ah, vous voulez manger. Venez avec moi.”

Hij wees naar een boerderij in de buurt en wenkte ons dat wij hem moesten volgen.

“Zie je wel,” zei Vader. “Ik kan me best redden in het buitenland. Een vakantie in Frankrijk is voor mij als gesneden koek.”

 

***

 

Ik zal me de gastvrijheid van de Fransen altijd blijven herinneren. Wij mochten die avond bij de boer aanschuiven en kregen een homp brood met melk van de boerin terwijl de boer goedmoedig een pijpje opstak. Tenslotte kwam er nog eigengemaakte wijn op tafel in een prachtige fles met een zwanenhals. Dat leidde ook het einde van ons bezoek in.
Toen mijn Vader de wijnfles zag zei hij enthousiast, “J’aime la bouteille.” Ik heb inmiddels begrepen dat dat niet wil zeggen dat je de fles zo mooi vindt, maar dat je alcoholist bent. Maar toen Vader ook nog eens de wijnkelder van de boer wilde zien en aan de boerin vroeg om hem haar ‘chambre’ te laten zien was het snel gedaan met de pret.

In die tijd begreep ik het allemaal niet zo. Je had toen als vijfjarige nog niet het voorrecht om Frans op school te leren, maar nu ik volwassen ben begrijp ik die boer wel. Mijn Vader had tenslotte niets te zoeken in de slaapkamer van de boerin, en nog geen minuut later stonden we weer buiten en werden wij uitgescholden door een ruwe herdershond met schuim op de bek, die woest aan zijn roestige ketting trok.

Met veel moeite vond mijn Vader uiteindelijk het hotel weer terug en gingen we allemaal katterig naar bed. Vakantie in Frankrijk is een reuze idee, maar het helpt als je je verstaanbaar kunt maken.